Voorbeeld
BEGELEIDINGSPLAN

BEGELEIDINGSPLAN WLZ – De heer xy 

(Concept – op basis van observaties en bestaande casus) 



1. Algemene cliëntinformatie 


Naam: de heer XY 
Indicatie:
 Wlz – grondslag psychische/gedragsmatige problematiek 
Woonsituatie:
 zelfstandig 
Begeleidingsvorm:
 ambulante begeleiding + coördinatie van zorg + ondersteuning bij dagelijkse regie 

 


2. Probleemanalyse 


De heer XY ervaart structurele beperkingen op het gebied van: 


2.1. Executieve functies 


  • moeite met overzicht houden 
  • moeite met plannen en prioriteren 
  • snel overspoeld raken door administratie, juridische zaken en communicatie 
  • grote moeite met wachten op antwoorden en onzekerheid verdragen 

2.2. Emotieregulatie 


  • verhoogde stressgevoeligheid 
  • piekergedrag 
  • spanning wordt ontladen door overmatig contact zoeken met hulpverleners 
  • moeilijk kunnen stoppen met handelen zodra iets “open” staat 

2.3. Sociale grenzen en communicatie 


  • neiging tot herhaaldelijk bellen, mailen of berichten sturen 
  • moeite om aan te voelen wanneer communicatie te veel wordt 
  • risico op overbelasting van professionals → leidt tot afsluiting, blokkades of beëindiging van contacten 

2.4. Rigide en angstgestuurd gedrag 


  • verhoogde gevoeligheid voor hygiëne, besmetting en netheid 
  • beperkt vermogen om situaties flexibel in te schatten 
  • snel trekken van vergaande conclusies (bijv. stoppen bij huisarts wegens klein detail) 

2.5. Gevolgen voor functioneren 


  • verstoring van relaties met instanties en hulpverleners 
  • verlies van noodzakelijke zorg (bijv. huisarts, jurist, rechtsbijstand) 
  • escalatie van praktische problemen door gebrek aan overzicht 
  • risico op vereenzaming en zorgmijding 
  • verhoogde behoefte aan coördinatie en structuur 

 


3. Doelen (SMART-formulering) 


Doel 1 – Structureren van communicatie 


Binnen 3 maanden is er één vast communicatiekanaal per hulpverlener en houdt cliënt zich in 80% van de gevallen aan afgesproken contactmomenten. 


Doel 2 – Stabiliseren van emotieregulatie 

Binnen 6 maanden heeft cliënt aangeleerde technieken om spanning te verlagen zonder overcontact en lukt het hem om in 70% van de spanningsmomenten eerst advies te vragen aan zijn begeleider voordat hij anderen benadert. 


Doel 3 – Verbeteren van omgang met hygiëne-angst en rigide gedrag 


Binnen 12 maanden accepteert cliënt dat ruimtes of situaties niet volledig ‘controlerend’ hoeven te zijn en past hij niet spontaan meer extreme maatregelen toe (zoals afplakken met vuilniszakken). 


Doel 4 – Continuïteit van zorg waarborgen 


Doorlopend: relaties met huisarts, advocaat, woningcorporatie en andere professionele partijen blijven intact doordat de begeleider contact filtert en structureert. 


Doel 5 – Dagelijkse regie versterken 


Binnen 12 maanden is cliënt in staat om overzicht te houden over kerngebieden (zorgafspraken, administratie, juridische zaken) met hulp van vaste structuren en formats. 


 


4. Begeleidingsvormen en methodiek 


4.1. Structuur en planning 


  • Werken met duidelijke wekelijkse planning
  • Gebruik van één eenduidig communicatieschema met vaste tijden. 
  • Aanleren van “checklists” voor acties (bijv. wie contacteren bij probleem X). 
  • Terugkerende begeleidingsmomenten (minimaal 2× per week). 

4.2. Communicatiebegeleiding 


  • Eén kanaal per professional (bijv. e-mail voor jurist, telefoon via begeleider). 
  • Begeleider bewaakt volume en toon van berichten. 
  • Bij crises: begeleider stuurt communicatie aan en bepaalt urgentie. 
  • Preventie: de begeleider bespreekt elk incident en versterkt inzicht in patronen. 

4.3. Emotieregulatie en spanning 

  • Aanleren van korte interventies: 
  • “Stop – Adem – Wacht – Overleg” 
  • 10-minutenregel bij spanning 
  • spanningsoefeningen (ademhaling, externe focus, afleiding) 
  • Psycho-educatie over stress en overprikkeling. 
  • Langzaam opbouwen van tolerantie voor onzekerheid of wachten. 

4.4. Hygiëne- en dwangmatigheid 


  • Uitleg over normale hygiënenormen. 
  • Bespreken van irrationele risico-inschatting. 
  • Stapsgewijze exposure: begeleider bereidt situaties voor waarin cliënt normale mate van “vuil” moet verdragen. 
  • Voorkomen van extreme maatregelen (zoals afplakken ruimtes). 

4.5. Bewaken van zorgcontinuïteit 


  • Begeleider fungeert als primair aanspreekpunt voor externe partijen. 
  • Voorkomen dat instanties cliënt blokkeren door voorinformatie en structuur. 
  • Herstellen van relaties met huisarts en woningcorporatie waar mogelijk. 
  • Opstellen van afsprakenkader voor professionals (“communicatieprotocol”). 

 


5. Ondersteuningsintensiteit 


Wekelijks: 


  • 2–3 begeleidingsmomenten per week (variërend 60–90 min). 
  • 1 digitaal contactmoment (overzicht en planning). 

Maandelijks: 


  • Evaluatie van doelen en communicatiepatronen. 
  • Afstemming met relevante professionals (huisarts, zorgkantoor, advocaat). 

Indien nodig / crisissituaties: 


  • Direct inspringen door begeleider om escalatie te voorkomen. 
  • Overnemen communicatie met instanties. 

 


6. Verwachte resultaten 


  • Daling van onrust en overcontact. 
  • Minder conflicten met externe partijen. 
  • Betere stabiliteit in zorg en ondersteuning. 
  • Afname van angst- en controlegedrag rond hygiëne. 
  • Verbeterd overzicht en regie over dagelijkse zaken. 

 


7. Evaluatie en bijstelling 


  • Elke 3 maanden formele evaluatie. 
  • Bijstellingen mogelijk indien: 
  • contactfrequentie weer oploopt, 
  • nieuwe conflicten ontstaan, 
  • hygiëne-gerelateerd gedrag toeneemt, 
  • cliënt overprikkeld raakt in nieuwe situaties. 

 


8. Rol van de begeleider (kern) 


  • Structuur bieden 
  • Overzicht creëren 
  • Grenzen bewaken 
  • Communicatie filteren 
  • Emotieregulatie aanleren 
  • Relaties met derden beschermen 
  • Angst- en dwangpatronen verminderen 
  • Regie herstellen